Afschuw van ideeën, voorliefde voor definities
In de beroemde tekst ‘My creativ method‘ doet Francis Ponge zijn poëticaal programma uit de doeken.
“Laat ik het dan eindelijk maar zeggen, want u zult wel merken dat ik bij het einde begin, laat ik het dan maar aan het begin zeggen: willekeurig welk kiezelsteentje, dit hier bijvoorbeeld, dat ik eergisteren heb opgeraapt in de bedding van de wadi Sjiffa, kan voor mij aanleiding zijn tot volledig nieuwe verklaringen van het allergrootste belang. En als ik zeg dit hier en van het allergrootste belang, welnu dan: dit keitje roept bij mij, omdat ik het als een uniek object beschouw, een speciaal gevoel op, of misschien een verzameling speciale gevoelens. Eerst moet ik mij dat realiseren. Op dit punt haalt men daar zijn schouders voor op en ontkent ieder belang van dit soort oefeningen, want, zo wordt mij verteld, er zit niets menselijks in. En wat zou er dan in moeten zitten? Dat is juist iets tot nu toe voor de mens onbekend menselijks. Een eigenschap, een reeks eigenschappen, een samenstel van eigenschappen dat totaal nieuw, nog niet eerder geformuleerd is. Daarom is het van het allergrootste belang. Het gaat hier om de mens van de toekomst. Weet u iets interessanters? Mij boeit dat mateloos. En waarom boeit mij dat mateloos? Omdat ik denk dat het me zal lukken. Hoe? Door koppig te zijn, door hem te gehoorzamen. Door niet te snel tevreden te zijn (of niet snel genoeg). Door niets te zeggen wat niet uitsluitend bij hem past. Het gaat er niet zozeer om er alles over te zeggen: dat is onmogelijk. Maar alleen wat uitsluitend bij hem past, wat juist is. En de limiet: het gaat er alleen maar om één ding te zeggen dat waar is. Dat is ruim voldoende.” (lees alle aantekeningen van Ponge op Raster)






