Samuel Vriezen over Komrij
“Hoe komt het toch, dat iemand die de woede vooral speelt, maar tegelijk altijd ongrijpbaar probeert te blijven, zo op handen gedragen kan worden als belangrijk intellectueel in Nederland? Het is alsof er een grote behoefte bestaat om het onbehagen in de cultuur een plaats te geven, die liefst door een scherpe polemist moet worden ingevuld, een die flink tegen elites tekeer gaat – alleen dan wel eentje die nooit echt zijn eigen positie zal prijsgeven. En daarom ook geen echt verontrustende boodschappen heeft voor de gewone man (bijvoorbeeld dat die zelf eens iets zou kunnen doen).
Wat zegt Komrijs populariteit toch over Nederland? Waarom dat verlangen naar de rebel, als het maar wel een beetje een grappige is? Waarom dat delegeren van woede, maar geen enkel verlangen naar eigen actie? Of zou achter het hele spel inderdaad nog een verborgen knipoog zijn schuilgegaan, die echt alleen door een zeer klein groepje van insiders naar waarde kon worden geschat? Je weet het maar nooit met die ironie tenslotte.
*
Gaan we hem missen? Ja, natuurlijk. Ook al was ik het vaak met hem oneens: zijn aanwezigheid was sterk, levendig en niet te vervangen.” (Samuel Vriezen)






