Huub Beurskens reageert…
… nav Tom Lanoyes afscheidsbrief aan Komrij:
Over Komrij als dictaatdoorbreker van de experimentelen:
“Ik kan er, mede uit eigen ervaring, inkomen dat je als adolescent met eigen literaire pretenties graag denkt in artistieke kampen, maar op een gegeven moment, op een bepaalde leeftijd (zeg, midden vijftig, zoals Lanoye nu) moet je de kunstmatigheid van al die systematiserende indelingen en schisma’s toch kunnen doorzien, en daarmee de personen die ze in het leven hebben geroepen en ze in leven willen of hebben willen houden. Ook met terugwerkende kracht.” (deel 1)
Over Komrij als eloquente schelder:
“Smeerlap, denk ik dan. Gaat het eigenlijk, uiteindelijk, feitelijk, wezenlijk wel eens om iets anders dan privéoorlogjesgedoe, vanuit een stelling die is afgedekt door het camouflagenet van de literatuur, vraag ik me af. Want laten we eerlijk zijn, met zijn eigen creatieve productie op het gebied van proza en poëzie was Komrij niet veel meer dan een aardige kletskoekjesbakker, en beslist niet wat Hare Majesteit van hem mag beweren, een ‘groot dichter’.” (deel 2)






