Gert de Jager over Komrij en Kopland
“Komrij, schreef ik een vriend, was meer een grote broer dan een vaderfiguur. Een grote broer die rigoureus onderscheid maakt tussen zin en onzin: de afgelopen dertig jaar heb ik geen regel van Bernlef kunnen lezen zonder terug te denken aan zekere karakteriseringen in Daar is het gat van de deur. Verwoest Arcadië en Humeuren en temperamenten zijn niet alleen prachtig geschreven, maar de lezer wordt geconfronteerd met een personage dat tegelijkertijd afstand neemt van zichzelf en zichzelf volkomen serieus neemt – niet slecht als je een jaar of twintig bent.”
“Meer een vader dan een grote broer – dat was Kopland, alleen al vanwege zijn leeftijd. In tegenstelling tot de vader die ik aan de ontbijttafel trof, had hij afscheid genomen van het geloof der vaderen; zijn poëzie liet het scala aan emoties zien waarmee dat gepaard kan gaan. Ik wist: dat scala ging ik doormaken. Ik maakte het door.” (op Neder-L)






