De lyrische zeggingskracht van Claus
“In de afdeling ‘Brieven’ van ‘De wolken: uit de geheime laden van Hugo Claus’ staat een brief afgedrukt gericht aan ‘Geachte heer Offermans’ (p. 297). Claus vermeldt eerst een amusante ontmoeting: hoe Claus door Bordewijk wordt terecht gewezen: een schrijver hoort een criticus niet te danken. En nu dankt Claus toch een criticus, met deze meer dan lovende woorden: “Vandaag wil ik een uitzondering maken en u zo oprecht als ik kan bedanken voor de tekst die u over mijn poëzie hebt gepubliceerd in ‘Raster’. Ik krijg zo zelden iets zinnigs over mijn gedichten te lezen dat ik onbeschoft zou zijn als ik u niet meldde dat u mij gelukkig heeft gemaakt.”
Komaan, Claus, er zijn boeken over zijn werk verschenen, artikelen werden geschreven, thesissen werden afgeleverd en dan zou Claus een criticus willen danken omdat die nu iets zinnigs te melden had?
Inderdaad. Wat Cyrille Offermans deed, was en is nog steeds uitzonderlijk. In het essay ‘Tiran in spiegel: een treurzang van Hugo Claus’ analyseert Offermans het gedicht ‘Broer’.” (lees verder bij Johan Velter)






