Over poëziekalenders, dichtbundels en tentoonstellingen
“Vanaf de hoge berg van mijn snobisme keek ik op zo’n kalender neer. Nu ik er een in huis heb, merk ik dat het goed uitpakt. Kalender op de werktafel; overbekende dichters uit de canon, dichters van wie ik nog nooit had gehoord. Ontdekkingen, teleurstellingen. Ik heb ooit beweerd dat het lezen van een dichtbundel nog het meest in de buurt komt van het bezoeken van een tentoonstelling. De lezer bladert en wordt getroffen. Hij leest, herleest en heeft een ervaring die kortstondig is en intens. Zintuigen en geest – alsof hij naar een schilderij kijkt. Het lineaire proces van het lezen wordt, tijdens het proces van het lezen zelf, ondergeschikt aan iets anders: een acuut verlangen naar de ervaring van samenhang in een hier en nu. De kalender schept de condities met een roerende regelmaat. “ Gert de Jager over de Poëziekalender van Meulenhoff






