Published On: zo, apr 1st, 2012

Vertaallab 13 Marianne Morris – Art will save your life

Vertaallab is een serie op Ooteoote die dichters uit andere taalgebieden aan de lezer voorstelt. Elke aflevering een spiksplinternieuw gedicht – af en toe een reeds gepubliceerd werk. Dat u mag vertalen, als u wilt. Graag zelfs, wat ons betreft. Post uw vertaling van (een van) onderstaand(e) gedicht(en) als reactie op dit bericht.

Afgelopen vrijdag 30 maart 2012 was Marianne Morris te gast in Perdu tijdens de avond ‘De scheppende kracht van het vertalen’. Tijdens deze avond bespraken Han van der Vegt en Frank Keizer vertalingen van haar werk en droegen deze voor.
__

ART WILL SAVE YOUR LIFE

like it does mine even before I’ve performed the little death
goes behind me like a yellow brick road
path my feet
dented lapping nerve. Safety in knowing that what holds you up
isn’t alive, and therefore can’t leave. Only you can leave, and you will
mouthing your twist like an undisciplined lover and throw in its face
hands empty of pen, calling it husband-hungry
in tutu with dayglo.
Come back to me now
my love you will eventually say, long after the fact. Her face will turn
and be neither woman, nor man, but lung heaving under ocean,
the muscle perfectly formed under skin when you open the door
a mechanism whose longevity nurses you at the breast,
a site of fire that moves beneath you, first rippling and
then slowing into a drill pump between canapés the suit
contains the warble of your admissions and of ordinariness
and of everything, everything that can be said about our bodies
can also be said about the soul that moves
dehydroepiandrosterone moves my bed
as modernity refuses to pass away and you are miles away
leaping about in it, clear about life, where it goes, who to talk to,
the little years pulsing with breath, fish swim in the lung
and now life with its death is a crashing presence
a subjective masterpiece
a monster whose horns and tusks toss me
on the wind that crashes into the house.

Art pulsates within me, more than an absent child
more than the fund to help babies
more than electricity. Apple+tab
darts between worlds as in rooms I haven’t the patience
to walk through
and cannot give ‘no’ to the food, in it pours
I want to make little words in all of the windows
make nothing for too long in one place, lest the depth appeal
to the monster, slithery-tongued, e-oriented
hiding among dashes in ‘Sent Items’
waiting for a lashing of tongue.
There is no surface desire, anymore, now it goes so deeply
into me that I look and it’s lost
over dinner it’s lost
over the weekend it’s lost
and I turn to you, startled at last to meet eyes
‘to make eyes meet’ is the song that explodes
who knows how much of me sleeps, even I don’t.

__

NEPOTISM IS FOR CAREFUL FUCKHEADS

How the dark dull hit and I
couldn’t be caught in it, with a light I hit
my tail on the speed of the way out passing
this and that in a galactic swill of my mouth
wash the thing out is the process over which it passes
me my life my body my bed now rocking blanks
fireworks passing in the night over the
deleted porno hard-on replaced by the shadowy
memory of being
loved slow to remember until
the thing lights up the sky
when I turn my head the sun is just going
and the walk is a peaceful freeze
full of heart-shaped fungi
easy now to put it off that I couldn’t do unless I
didn’t know, later on the ideas had advanced
beyond this and that to which I turned my hand
and back again, here we are, in the cloister
choke-hold, St Augustine slips out the side
door to bury himself in the hoary bosom,
robes that pull away
speed is the opposite of the careful undressing
that poets do on their dead
heroes flesh crumbles in them
speed will melt you in the head, leave you little
time for theoretical pontification you suffused prick
your eyes and hands grow lazy, full of blood
leaves turgid by means of tiny threads
a hair’s breadth of water in this slippage between
the windows I’m falling fast into
a deeper safety, a comfort that holds me by the face
inserts its kiss like a match gone out

__

AQUATIC MAMMAL POEM

I can’t make it go any closer to the word
count searching for the ones that make light on the ceiling.
In a splendid arc that refutes all jealousy,
noise is painful. Between the thorns of myself I hide a
detective mystery teeming with dangerous
hearts I can’t get into, I too am
woman too. This all is a race between us.
That arm now slung like racism around Possession’s shoulder
who wears a raffle hat and storms absurdly
the land, yearning for emptiness to make good. Tongue
stapled to the roof of the window, heart
stomping about quietly, a route
you’ll take directly to stomach trouble.
Persuasions lie amid desperate darkness and stunted trees,
a bottomless ocean welling up through
stone, the clouded dreams that emotions dream, paddled about
by electricity, that you wake to love and
that comes to stare you down in the afternoon,
gives nothing back but a lessening echo of female voice.
My shoulders ache, trip into sublime moments but
fall out of them quickly, as the soul
flips about in me: egg back fish aquatic mammal its lid.

__

Marianne Morris is auteur van Iran Documents (2012, Trafficker Press), Commitment (2011, Critical Documents), Tutu Muse (2007, Fly by Night) and A New Book From Barque Press, Which They Will Probably Not Print (2006). In 2008 ontving ze de Harper-Wood Scholarship for Creative Writing. Ze werkt op dit moment te Cornwall, U.K., aan haar proefschrift over hedendaagse poëtica.

Bovenstaande gedichten werden gepubliceerd in de bundel Commitment (2011, Critical Documents).

About the Author

- Rozalie Hirs is redacteur van de LL-serie (Lage Landen-serie) en Vertaallab op Ooteoote. Daarnaast is zij dichter van boeken en digitale media. Zie ook www.rozaliehirs.nl.

Displaying 17 Comments
Have Your Say
  1. Frank Keizer zegt:

    ZEEZOOGDIERENGEDICHT

    Ik kom hiermee niet dichter bij het woord
    aantal op zoek naar een paar die het plafond verlichten.
    In een schitterende boog die alle jaloezie ontkracht,
    is lawaai pijnlijk. Tussen mijn doornen zelf verstop ik een
    detectivemysterie wemelend van gevaarlijke
    harten waar ik niet in kom, ook ik ben
    ook vrouw. Alles hier is een soort race tussen ons.
    Die arm nu als racisme om de schouder van Bezit geslingerd
    die een goochelhoed op heeft en dwaas opstormt
    aan land, hunkerend naar leegte om het goed te maken. Tong
    aan het dak van het raam vastgekramd, hart
    dat zachtjes rondstampt, een route
    richting maagproblemen die je rechtstreeks nemen zult.
    Overtuigingen liggen tussen radeloze duisternis en kreupelhout,
    een bodemloze oceaan welt op uit
    steen, de bewolkte dromen die emoties dromen, voortgepeddeld
    door elektriciteit, waarvan je houdt je als je pas wakker bent en
    maakt dat je uitflakkert in de namiddag, niets geeft ze
    terug dan een wegstervende echo van de vrouwelijke stem.
    Mijn schouders doen zeer, maken een trip naar sublieme momenten maar
    vallen er al snel weer uit, terwijl de ziel
    in mij door het lint gaat: ei zij vis zeezoogdieren lid.

  2. Ludy Roumen-Bührs zegt:

    ZEEZOOGDIERVERS

    Nader kan ik ’t niet brengen dan het woord
    tellen op zoek naar die licht maken aan het plafond.
    In een riante boog die alle jalouzie weerspreekt,
    is lawaai pijnlijk. Tussen eigen doornen verberg ik een
    Speurdersmysterie wemelend van hachelijke
    harten waar ik niet in kan, ook ik ben
    vrouw ook. Dit alles is een wedren tussen ons.
    Die arm nu racistisch geslagen om de schouder van Bezit
    die een lootjespet draagt en absurd het land
    bestormt, hunkerend naar leegte om goed te maken. Tong
    geniet aan het dak vanaf het raam, hart
    stampt stilletjes rond, een route
    die je direct neemt naar maagproblemen.
    Overredingen liggen tussen wanhopig duister en iele bomen,
    een bodemloze oceaan die opzwelt tussen
    steen, de bewolkte dromen die emoties dromen, rondgeroeid
    door elektriciteit, die jij wekt voor liefde en
    die je vervolgens komt neerstaren in de middag,
    geeft niets terug dan een zwakker echoënde vrouwenstem.
    Mijn schouders doen zeer, reizen sublieme momenten in maar
    vallen daar snel weer uit, zoals de ziel
    rondhobbelt in mij: ei terug vis zeezoogdier z’n lid

  3. NEPOTISME IS VOOR OMZICHTIGE DOMKOPPEN

    Toen het donkere sombere toesloeg maar het mij
    niet kon vangen, en ik met wat licht mijn staart
    beroerde op de weg naar buiten passeerde ik het al
    en dat ik het er met een galactische mondspoeling
    uit zou wassen is het procédé dat mij overkomt
    mijn leven, mijn lichaam, mijn bed als kantelende
    lege plekken, vuurwerk dat in de nacht verstrijkt
    voor de verwijderde pornostijve, vervangen door
    de lommerrijke herinnering
    van langzaam geliefd te zijn
    en dat herinneren tot het ding de hemel verlicht
    als ik mijn hoofd draai gaat de zon juist
    en mijn wandeling is een vredige verstilling
    vol hartvormige schimmels
    zo gemakkelijk uit te stellen, wat ik niet kon doen
    tenzij ik het niet kon weten, later gingen de ideeën
    er aan voorbij en dat ik mijn hand, mijzelf draaide
    hier zijn we dan, in de kloosterklem, Sint Augustinus
    sluipt de zijdeur uit om zichzelf te begraven
    in de berijpte boezem
    rokken die je optrekt
    snelheid is het tegenovergestelde van het precies ontkleden
    zoals dichters dat doen met hun dode helden
    vlees dat in hen verkruimelt
    snelheid zal je hoofd versmelten, laat je weinig
    tijd voor theoretisch pontificeren jij verzadigde lul
    jouw bloeddoorlopen ogen en handen worden lui
    raken opgezwollen middels kleine draden
    een haarbreedte van water in deze glijpartij tussen
    de ramen ik val snel in een diepere bescherming
    een gemak dat mijn gezicht vasthoudt
    bedt een kus in als een wedstrijd die ten einde is.

  4. Ludy Roumen-Bührs zegt:

    KUNST REDT JE LEVEN

    zoals het mijne zelfs vooraleer ik deed alsof de kleine dood
    achter me aangaat als een weg van geel steen
    baan mijn voeten
    gedeukte slobbermoed. Veiligheid is weten dat wat je ophoudt
    niet leeft en dus niet weg kan gaan. Alleen jij kunt gaan en je zult
    je kronkel bekken als een losbandige minnaar en handen in zijn gezicht
    gooien leeg van pen, het egahonger noemen
    In tutu met daggloed.
    Kom nu bij me terug
    mijn lief zul je uiteindelijk zeggen, lang na het feit. Haar gezicht zal keren
    en noch vrouw zijn, noch man, maar long hijgend onder oceaan,
    de spier perfect gevormd onder huid wanneer je de deur open doet
    een mechanisme waarvan de levensduur je koestert aan de borst,
    een plaats van vuur dat onder je gaat, eerst golvend en
    dan afzakkend in een boorpomp tussen canapés het kostuum
    bevat het gekweel van jouw erkenningen en van allerdaagsheid
    en van alles, alles dat kan worden gezegd van onze lijven
    kan ook worden gezegd van de ziel die beweegt
    dehydroepiandrosteron beweegt mijn bed
    terwijl moderniteit weigert te overlijden en jij ver heen bent
    erin rondspringt, leven snapt , waar het heengaat, met wie te praten,
    de kleine jaren stoten met adem, vissen zwemmen in de long
    en leven is nu met zijn dood in een botsend zijn
    een subjectief meesterstuk
    een monster met hoorns en slagtanden tost me
    op de wind die instort in het huis.

    Kunst pulseert in mij, meer dan een afwezig kind
    meer dan het fonds voor babyhulp
    meer dan elektriciteit. Apple+tab
    pijlen tussen werelden als in ruimten waar ik het geduld niet voor heb
    om door te lopen
    en geen ‘nee’ heb voor het eten, het glijdt binnen
    ik wil kleine woorden maken in alle vensters
    niets voor te lang op dezelfde plaats, verhoede de diepte is aantrekkelijk
    voor het monster, met glibbertong, e-gericht
    schuilend tussen haakjes in ‘verzonden berichten’
    wachtend op een tonggeklak.
    Er is geen oppervlakverlangen, niet meer, nu gaat het zo diep
    in mij dat ik kijk en het is weg
    na het eten is het weg
    na het weekend is het weg
    en ik keer me tot jou, verrast eindelijk ogen te zien
    ‘de blikken laten kruisen’ is het lied dat explodeert
    wie weet hoeveel van mij slaapt, zelfs ik niet.

  5. (part of the translation / deel van de vertaling)

    KUNST KAN JE LEVEN REDDEN

    zoals bij mij het geval is zelfs voordat ik de kleine dood heb opgevoerd,
    die als een weg met gele stenen achter me aangaat
    mijn voeten baant
    gedeukte opgelapte zenuwbanen. Veiligheid in weten dat wat je overeind houdt niet levend is en daardoor dus niet kan weggaan. Alleen jij kunt weg gaan en je zult gekke bekken trekken als een ongedisciplineerde minnaar en lege handen zonder een pen in zijn gooien, dit echtgenoot-honger noemen
    in balletrokje van fluor.
    Kom nu maar weer bij me terug
    lieveling, zul je vermoedelijk zeggen, lang na het voorval. Haar gezicht zal veranderen, niet in een vrouw ook niet in een man, maar longen zwellen onder de oceaan, spieren volmaakt gevormd onder de huid wanneer je de deur opent
    een mechanisme dat lang prettig aanvoelt aan de borst,
    een vuurtje dat onder je doorgaat, eerst golvend en
    dan langzaam overgaat in een boor tussen canapés, het pak
    bevuild met het gekweel van jouw goedkeuringen en van gewone dingen
    en van alles, alles dat over onze lichamen kan worden gezegd
    en ook over de ziel die beweegt
    dehydroepiandrosteron zet mijn bed in beweging

    (de rest volgt misschien later – the rest might follow later)

    PROEFVERTALING (deel)
    Hannie Rouweler

  6. toevoeging: ‘in its face’:
    in zijn gezicht gooien

  7. Ludy Roumen-Bührs zegt:

    NEPOTISME IS IETS VOOR STIPTE KLOOTHOMMELS

    Zoals duistere saaiheid insloeg en ik
    er niet in te vatten was, met een licht sloeg ik
    mijn staart op de snelheid van de uitweg voorbij aan
    dit en dat in een galactische spoeling van mijn mond
    was het ding uit is het proces waarin het voorbijgaat aan
    mij mijn leven mijn lijf mijn bed dat nu lakens schudt
    vuurwerk dat gaat in de nacht over de
    gewiste porno fysiek vervangen door het schaduw-
    geheugen van dat je
    langzaam bemind wordt om te onthouden tot
    het ding de lucht oplicht
    als ik mijn hoofd omdraai gaat de zon net
    en de omloop is een vredige bevriezing
    vol van hartvormige zwammen
    nu eenvoudig uitzetten dat zou ik niet kunnen tenzij ik
    het niet wist, later waren de ideeën gevorderd
    voorbij dit en dat waarvoor ik mijn hand omdraaide
    en weer terug, daar zijn we dan, in de kruisgang
    wurggreep, St Augustinus slipt weg via de zij-
    deur om zich te begraven in de vergrijsde boezem,
    rokken die vaart uit-
    trekken is het omgekeerde van het zorgzaam ontkleden
    dat dichters doen bij hun dode
    helden-vlees vergaat in hen
    snelheid zal in je hoofd smelten, je weinig tijd
    laten voor theoretische pontificatie jij gekweld lid
    je ogen en handen worden lui, vol met bloed
    gezwollen blaren door vezeldraden
    een haarbreed water in deze glee tussen
    de ramen val ik met vaart in
    een diepere borg, een gerief dat mij bij het gezicht houdt
    zijn kus inbrengt als een lucifer die dooft

  8. Mark van der Schaaf zegt:

    a match gone out … Alleen een man (als ik) komt op zondag tot de conclusie dat-ie dat vertaalt met: een wedstrijd die ten einde is. Vo-lle-dig ernaast. Verder zit de vertaling van Ludy een stuk dichter op het origineel dan mijn goedbedoelde amateurversie.

    • Ludy Roumen-Bührs zegt:

      Ach Mark, het zal wel aan de zondag hebben gelegen want ik (vrouw) dacht in eerste instantie ook aan wedstrijd.

  9. KUNST ZAL JE LEVEN REDDEN

    zoals bij mij het geval is zelfs voordat ik de kleine dood heb opgevoerd,
    gaat achter mij aan als een weg met gele bakstenen
    baant mijn voeten
    gedeukte opgelapte zenuwen. Veiligheid te weten dat wat je overeind houdt niet levend is en daardoor dus niet kan weggaan. Alleen jij kunt weggaan en je zult gekke bekken trekken als een ongedisciplineerde minnaar en lege handen zonder een pen in zijn gezicht gooien, dit echtgenoot-honger noemen
    in balletrokje van fluor.
    Kom nu maar weer bij me terug
    lieveling, zul je vermoedelijk lang na het incident zeggen. Haar gezicht zal veranderen, niet in een vrouw ook niet in een man, maar longen zwellen onderin de oceaan, spieren volmaakt gevormd onder de huid wanneer je de deur opent
    een mechanisme dat lang prettig aanvoelt op de borst,
    een haardvuurtje dat onder je doorgaat, eerst golvend en
    dan langzaam overgaat in een drilboor tussen canapés, het pak
    bevuild met het gekweel van jouw goedkeuringen en van gewone dingen
    en van alles, alles wat over onze lichamen kan worden gezegd
    kan ook over de ziel worden gezegd die beweegt
    dehydroepiandrosteron beweegt mijn bed
    omdat deze tijd weigert voorbij te gaan en jij mijlen van mij vandaan
    erin springt, duidelijk over het leven, waar het naartoe gaat, met wie te praten,
    de kleine jaren ademen door, vissen zwemmen in de longen
    en nu is het leven met zijn dood een vernietigende tegenwoordigheid
    een subjectief meesterwerk
    een monster wiens hoorns en slagtanden met mij doen wat ze willen
    in de wind die tekeer gaat in mijn woning.

    Kunst pulseert in mij, meer dan een afwezig kind
    meer dan het fonds om babies te helpen
    meer dan elektriciteit. Apple+tab
    pijlen tussen werelden omdat ik niet het geduld heb
    door kamers te lopen
    ruimten waar ik het geduld niet voor heb
    om door te lopen
    en geen ‘nee’ tegen eten kan zeggen, naar binnen giet
    ik wil kleine woorden in alle vensters maken
    niets te lang voor op één plaats, de diepte is aantrekkelijk
    voor het monster, met gladde tong, e-mail gericht
    die zich verschuilt tussen onverwachte aanvallen in ‘Verzonden Berichten’
    wachtend op de zweepslag van de tong.
    Er bestaat geen oppervlakte verlangen meer, nu gaat het zo diep
    in mij dat ik zie dat het verdwenen is
    na het avondeten is het verloren
    na het weekend is het verloren
    wie weet hoeveel van mij slaapt, zelfs ik weet het niet.

  10. Oei, ik was enkele regels vergeten aan het eind.
    Ik plaats hem opnieuw.
    De vorige vertaling kan gerust verwijderd worden!

  11. KUNST ZAL JE LEVEN REDDEN

    zoals bij mij het geval is zelfs voordat ik de kleine dood heb opgevoerd,
    gaat achter mij aan als een weg met gele bakstenen
    baant mijn voeten
    gedeukte opgelapte zenuwen. Veiligheid te weten dat wat je overeind houdt niet levend is en daardoor dus niet kan weggaan. Alleen jij kunt weggaan en je zult gekke bekken trekken als een ongedisciplineerde minnaar en lege handen zonder een pen in zijn gezicht gooien, dit echtgenoot-honger noemen
    in balletrokje van fluor.
    Kom nu maar weer bij me terug
    lieveling, zul je vermoedelijk lang na het incident zeggen. Haar gezicht zal veranderen, niet in een vrouw ook niet in een man, maar longen zwellen onderin de oceaan, spieren volmaakt gevormd onder de huid wanneer je de deur opent
    een mechanisme dat lang prettig aanvoelt op de borst,
    een haardvuurtje dat onder je doorgaat, eerst golvend en
    dan langzaam overgaat in een drilboor tussen canapés, het pak
    bevuild met het gekweel van jouw goedkeuringen en van gewone dingen
    en van alles, alles wat over onze lichamen kan worden gezegd
    kan ook over de ziel worden gezegd die beweegt
    dehydroepiandrosteron beweegt mijn bed
    omdat deze tijd weigert voorbij te gaan en jij mijlen van mij vandaan
    erin springt, duidelijk over het leven, waar het naartoe gaat, met wie te praten,
    de kleine jaren ademen door, vissen zwemmen in de longen
    en nu is het leven met zijn dood een vernietigende tegenwoordigheid
    een subjectief meesterwerk
    een monster wiens hoorns en slagtanden met mij doen wat ze willen
    in de wind die tekeer gaat in mijn woning.

    Kunst pulseert in mij, meer dan een afwezig kind
    meer dan het fonds om babies te helpen
    meer dan elektriciteit. Apple+tab
    pijlen tussen werelden omdat ik niet het geduld heb
    door kamers te lopen
    ruimten waar ik het geduld niet voor heb
    om door te lopen
    en geen ‘nee’ tegen eten kan zeggen, naar binnen giet
    ik wil kleine woorden in alle vensters maken
    niets te lang voor op één plaats, de diepte is aantrekkelijk
    voor het monster, met gladde tong, e-mail gericht
    die zich verschuilt tussen onverwachte aanvallen in ‘Verzonden Berichten’
    wachtend op de zweepslag van de tong.
    Er bestaat geen oppervlakte verlangen meer, nu gaat het zo diep
    in mij dat ik zie dat het verdwenen is
    na het avondeten is het verloren
    na het weekend is het verloren
    en ik richt mij tot jou, verbijsterd uiteindelijk om ogen te ontmoeten
    ‘to make eyes meet’ is het lied dat explodeert
    wie weet hoeveel van mij slaapt, zelfs ik weet het niet.

  12. Frank Keizer zegt:

    KUNST ZAL JE LEVEN REDDEN

    net als dat van mij zelfs voor ik de kleine dood deed
    gaat me achterna als een weg met gele klinkers
    baan mijn voeten
    gebutste open zenuw. De zekerheid dat wat je op de been houdt
    niet leeft, en dus niet weg kan gaan. Alleen jij kunt dat, en je zult het doen ook
    met die grote bek van je over je grillen als losbandige geliefde die je in het gezicht wrijft
    met handen zonder pen, manverlangend noem je het
    in fluoriserende tutu.
    Nu bij me terugkomen
    lief van me zul je dan eindelijk zeggen, lang na de bewuste daad. Haar gezicht zal wegdraaien
    en vrouw noch man zijn, maar long die in de diepzee zwelt
    de spier onderhuids volmaakt van vorm wanneer je de deur open doet
    een mechanisme met een levensduur die je de borst geeft,
    een vuurhaard die onder je beweegt, eerst in rimpels en
    daarna trager in een waterpomp tussen canapés in het pak
    zit het gekweel van onze bekentenissen en van alledaagsheid
    en van alles, alles wat je kunt zeggen van onze lichamen
    kun je evengoed zeggen van de ziel die schudt
    van dehydroepiandrosterone schudt mijn bed op
    nu moderniteit niet voorbij wil gaan en jij mijlenver weg bent
    erin rondspringt, duidelijkheid over je leven, waar het heen moet, met wie te praten,
    de kinderjaren golven vol leven, vissen zwemmen de long in
    en nu is het leven en zijn dood een verpletterende aanwezigheid
    een allerindividueelst meesterwerk
    een monster op wiens hoorns en slagtanden ik de lucht in zeil
    mee met de wind die op het huis te pletter slaat.

    In mij tikt kunst, meer dan een afwezig kind
    meer dan het fonds voor babyhulp
    meer dan elektriciteit. Appel + tabtoets
    snel heen en weer tussen werelden als kamers waarin ik het geduld niet heb
    om er doorheen te lopen
    en geen “nee” kan zeggen tegen het eten, binnen glijdt het
    Ik wil op alle ramen woorden maken
    niet te lang op één plek met iets bezig zijn, voor het geval de diepte lonkt
    naar het monster, de tong glibberig, actief online
    dat wegduikt tussen gedachtestreepjes in de map ‘Verzonden berichten’
    in afwachting van een striemende preek.
    Er is geen oppervlakteverlangen, meer, het gaat zo diep nu
    bij me naar binnen dat het al kwijt is als ik kijk
    kwijt tijdens het diner
    kwijt tijdens het weekend
    en ik keer me naar je om, schrik als ogen elkaar eindelijk vinden
    ‘ogen elkaar laten vinden’ heet het lied dat uiteenspat
    wie weet hoe veel van mij slaapt, zelfs ik niet.

  13. NEPOTISME IS VOOR OMZICHTIGE ZULTKOPPEN

    Hoe een donkere dofheid insloeg en ik
    er niet door gevangen kon worden, met een licht sloeg ik
    mijn achterkant op de snelheid van de weg naar buiten voorbij
    dit en dat met een galactische teug van mijn mond
    water het ding uitspoelen is het proces waarover het voorbij trekt
    mij mijn leven mijn lichaam mijn bed nu schokkende losse flodders
    vuurwerk trekt in de nacht voorbij over de
    gewiste pornostijve vervangen door de vage
    herinnering aan
    traag bemind worden om aan te denken tot
    het ding de hemel verlicht
    als ik mijn hoofd omdraai verdwijnt de zon net
    en de wandeling is een vredige bevriezing
    vol hartvormige zwammen
    makkelijk nu het uit te stellen dat ik het niet kon tenzij ik
    het niet wist, later waren de ideeën gevorderd
    tot voorbij dit en dat waar ik mijn hand naar zette
    en weer terug, hier zijn we, in de klooster-
    worggreep, Sint Augustinus glipt door de zij-
    deur weg om zich te begraven in de grijze boezem,
    gewaden die
    snelheid wegrukken is het tegenovergestelde van het zorgvuldig ontkleden
    dat dichters doen met hun doden
    heldenvlees verkruimelt in hen
    snelheid laat het smelten in je hoofd, laat je weinig
    tijd over voor theoretisch georakel, jij overgoten pik
    je ogen en handen worden lui, vol bloed
    bladeren gezwollen door kleine draden
    een haarbreedte water in het slippen tussen
    de ramen ik val snel in
    een diepere veiligheid, een troost die mijn gezicht omvat
    een kus naar binnen schuift als een uitgedoofde lucifer

  14. [...] aflewering geplaas was, en dus reeds deur verskeie deelnemers vertaal is, is die jong Britse digter Marianne Morris wat einde Maart aan Perdu se program ‘De scheppende kracht van het vertalen‘ deelgeneem [...]

Leave a comment

XHTML: You can use these html tags: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>