Published On: wo, jan 18th, 2012

Nieuw nummer Parmentier

Van de redactie

Maar zie, dan blijkt dat die fictieve werkelijkheid hoe langer hoe meer op de reële, ja zelfs op de ultieme werkelijkheid gaat lijken… tot je je gaat afvragen: is er wel een andere?  Sybren Polet

Eerder dit jaar bracht Arnoud van Adrichem een nummer vol vertaalde poëzie van experimentele dichters. Deze keer richt hij zich vooral op hedendaags experimenteel proza uit het buitenland. Hij nodigde vijf vertalers uit om een tekst naar keuze te vertalen en die van een korte inleiding te (laten) voorzien. De reis begint in Duitsland en Oostenrijk. Lucas Hüsgen vertaalde teksten van respectievelijk Franz Hessel (1880-1941), Andreas Neumeister (1959) en Thomas Stangl (1966). Zij treden op als gids in drie verschillende plaatsen die niet direct geografisch te lokaliseren zijn, maar zich vooral lijken uit te strekken in de verbeelding. Hun proza roept een klassieke maar nog steeds pregnante vraag op: hoe verhoudt de ‘echte’ (of echtere) wereld zich tot die van de fictie en welke rol speelt het medium van de taal daarbij?

Daarna reizen we verder naar Roemenië. Jan H. Mysjkin vertaalde een fragment uit een prozagedicht van Cristian Popescu (1959-1995). In zijn korte, door schizofrenie getekende leven publiceerde hij slechts drie boeken, die niettemin een aardverschuiving in de Roemeense literaire traditie teweegbrachten en volgens critici tot op de dag van vandaag als invloedrijk gelden. Het experimentele karakter van dit werk schuilt niet zozeer in de woordvorming of syntaxis als wel in de scheefgetrokken logica, waardoor zijn teksten in de richting van de groteske gaan.

Ongeveer hetzelfde kan worden gezegd over de romans van literaire duizendpoot Stelian Tănase (1952). Ook bij Tănase zit het experimentele niet direct in de vorm of stijl, maar eerder in de manier waarop hij fictionele representaties werkelijkheid laat worden. De natuurwetten van de buitenwereld (de realiteit zoals wij die dagelijks ervaren) maken bij hem plaats voor de logica van de binnenwereld, waarin tijdruimtelijke grenzen nauwelijks meer een rol blijken te spelen. Zo kan het gebeuren dat een jaar nu eens zesendertig maanden telt en dan weer drie. En dat literaire personages en historische figuren elkaar zomaar tegen het lijf lopen. Jan Willem Bos vertaalde fragmenten uit recent werk.

Katelijne De Vuyst nam de vertaling van enkele fragmenten uit het wel zeer eigenzinnige boek Temps mort (2010) van Jean-Christophe Cambier (1956) op zich. De Fransman staat bekend als een ‘moeilijke’ en tegendraadse auteur die een marginale positie in de literatuur inneemt, zoals Jan Baetens in zijn inleiding stelt. Voor avontuurlijk ingestelde lezers valt er evenwel veel moois te ontdekken in dit radicale narratieve proza, dat hier voor het eerst in vertaling verschijnt.

Onze reis eindigt in Amerika. Han van der Vegt vertaalde een hoofdstuk uit The Tunnel (1995), het magnum opus van William H. Gass (1924), dat criticus Robert Kelly treffend omschreef als ‘een woest makend, afstotelijk meesterwerk’. In dit hoofdstuk overweegt de verteller van de roman, professor William Frederick Kohler, een Partij van Teleurgestelde Mensen op te richten, een partij die veel overeenkomsten vertoont met de Partij voor de Vrijheid, waarvan het electoraat eveneens goeddeels wordt gevormd door malcontenten en ‘bevooroordeelden’.

Verder bevat dit nummer poëzie van Jan Baeke, Alessandro De Francesco (vertaald door Oei Swan Ien en Vincent W.J. van Gerven Oei), Frans Kuipers en Christophe Tarkos (vertaald door Kiki Coumans), en een recensie van het Nagelaten werk (2011) van Jeroen Mettes door Gaston Franssen. We besluiten met een duogedicht van Peter van Lier en Arnoud van Adrichem dat werd geïllustreerd door Machteld van Buren en B.C. Epker. Gevieren gaan zij op zoek naar een mysterieus personage dat aan taal en beeld lijkt te ontsnappen.

Het beeld op het omslag en de beelden in het nummer zijn van de hand van Toon Delanote. Hij maakte een reeks van vijf ‘bedenkingen’ waarbinnen zijn beelden naar eigen zeggen ‘het reflectief moment’ tonen. Ze bieden een raam op de fictieve werkelijkheid, die hoe langer hoe meer op de reële gaat lijken, zoals Sybren Polet suggereert in De andere stad (1994).

Het nummer is via onze website te verkrijgen.

 

About the Author

- (1978) is dichter, hoofdredacteur van Parmentier en lid van de redactieraad van DW B. Daarnaast is hij medeoprichter en redacteur van het platform voor literaire kritiek De Reactor, het literair weblog Ooteoote en uitgever bij Perdu.

Leave a comment

XHTML: You can use these html tags: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>



  • RSS
  • Facebook
  • Twitter