Gepubliceerd op: donderdag 8 december 2011

Erik Lindner reageert op Piet Gerbrandy’s Tranströmer-receptie

Op deGroene.nl schrijft Erik Lindner in zijn wekelijkse rubriek onder meer over Piet Gerbrandy’s stuk in de papieren versie van de Groene Amsterdammer over Tomas Tranströmer:

Tranströmer zet volgens hem [Gerbrandy, JB] vaak impressies naast elkaar en laat het aan de lezer over de verborgen connectie op te zoeken. Er zijn ook gedichten die hij ‘belerend’ noemt en de autobiografische schetsen zijn volgens hem ‘nogal onbenullig’. Zijn stuk begint waarderend en eindigt na verschillende omschrijvingen in een trampoline. Na een paar dagen Tranströmer lezen snakt de recensent ‘naar een flinke dosis hartstocht, vuil en onbeschoftheid’.

Wij hebben niet de gewoonte in De Groene om over De Groene te schrijven en dat vind ik een goed ding. Als er een bundel van een poëzierecensent verschijnt, krijg je geen plichtmatig positief stukje van de chef of een collega, zoals je vaak in de dagbladen ziet. Toch noem ik Gerbrandy’s stuk omdat dat in mij tot een weerwoord oproept. Ik ben geen bespreker die een beeld wil geven van wat voor mij ideale poëzie is, liever lees en signaleer en citeer ik. Daarbij schrijf ik online sinds Piet Gerbrandy van de Volkskrant naar De Groene overstapte. Eerlijk gezegd vind ik sindsdien zijn recensies beter: doordat hij meer ruimte heeft, kan hij zijn opinie onderbouwen en meer essayistisch te werk gaan.

Toch brengt juist het stuk over Tranströmer een duidelijke polemiek teweeg, een opinie met een voorkeur voor het meer ronkende werk van Hans Verhagen en H.H. ter Balkt. Gerbrandy heeft het zelden zo pregnant uitgedrukt. Mooie, fraaie poëzie is er voor de Nobelprijswinnaars, lelijke, rauwe gedichten zijn er voor lezers als hij. In die tweedeling is er meen ik een omissie. Waar plaats je het werk van Gerrit Kouwenaar? Bij de karige dichters, allicht, maar je kunt onmogelijk beweren dat zijn werk veilig zou zijn. Waar plaats je de snijdende kaalheid en de samengestelde neologismen van Paul Celan in deze tweedeling? Al vind ik de beelden van Tranströmer mooi, ik kan ze ook huiveringwekkend vinden, als hij droomt over hoe hij geluidloos piano speelt op de keukentafel en de buren binnenkomen om te luisteren of langs de weg waarover hij rijdt de kippen zo groot zijn als ganzen.

Lees meer Lindner over Tranströmer, Gerbrandy, Nicanor Parra, Inge Braeckman, János Pilinszky op deGroene.nl. Het verzameld werk van Tranströmer is inmiddels herdrukt en bijvoorbeeld hier te koop.

About the Author

- Joost Baars (1975) is dichter, essayist, podcaster, chapbookuitgever en boekverkoper. Zijn gedichten werden gepubliceerd in onder anderen Liegend Konijn, Blue Turns Grey en Revolver. De poëziepodcast VersSpreken (www.versspreken.nl) die hij samen met Matthijs Ponte maakt won in 2010 de nationale prijs bij de European Podcast Awards. Met Halverwege Chapbooks geeft hij op een budget van nul euro chapbooks uit. Hij schrijft over poëzie, film, cultuur en politiek voor onder meer de Poëziekrant en deRecensent.nl.

Displaying 17 Comments
Have Your Say
  1. sinds 1996 selecteer, lees en analyseer ik in de cursussen Nobelprijswinnaars Literatuur de poezie van bijvoorbeeld Nelly Sachs, Jaroslav Seifert en Neruda, voorzover deze dichters ueberhaupt in het Nederlands vertaald zijn. Geen van deze dichters schrijft ‘fraai’, of ‘mooi’, wel hevig betrokken, hun ethische en esthetische prioriteiten liggen bij mensen die onder het wiel van de geschiedenis terecht kwamen.
    De onkunde van sommige Nederlandse poezierecensenten is schrijnend.

  2. Marein Baas zegt:

    Mevrouw Eggels, het vermogen volslagen onbenullig om te gaan met grote hoeveelheden opgedane kennis dat u regelmatig demonstreert is uniek.

  3. RHCdG zegt:

    Dat kan zijn, ik ken mevrouw Eggels niet, maar het blijkt niet uit haar bijdrage hierboven, vind ik.

  4. Marein Baas zegt:

    Wat betreft enkel deze bijdrage: iemand onkundig noemen, enkel omdat je diens poëtische overtuiging niet deelt, is zwak, om niet te zeggen hol. Ongeacht over wie het gaat. In dit geval gaat het om Gerbrandy, met wie je het best oneens kan zijn, maar die je toch moeilijk onkundig kan noemen.

  5. Piet Gerbrandy heeft zich gespecialiseerd in oude dode Griekse en Romeinse dichters , maar duidelijk niet in dichters die Nobelprijs Literatuur ontvingen, dat heb ik aangetoond met voorbeelden en daar blijf ik bij.

  6. Joost Baars zegt:

    Kom, mevrouw Eggels, Piet Gerbrandy is net gepromoveerd met een lijvig proefschrift over bundels van H.H. ter Balkt en Jacques Hamelink. Die zijn veel, maar noch Grieks of Romeins, noch dood. Het lijkt me dat een promotie toch mag gelden als een “specialisatie”. Dat Gerbrandy ook classicus is, doet daar niets aan af, en ook niet aan de vele, vele essays die hij geschreven heeft over allerlei moderne dichters.

    • Geen van de reacties gaat in om de inhoud van mijn kritiek. Wel om reputaties van anderen. Die van mij is kennelijk ook in het geding. Zo krijgen we nooit de Nobelprijs!

      • Jurgen Eissink zegt:

        Mevrouw Eggels, gaat het wel goed met u? Denkt u echt dat de aanwijzing van een Nobelprijswinnaar afhankelijk is van uw reputatie?

  7. Marein Baas zegt:

    Merkwaardige reactie. De inhoud van uw kritiek richt zich op de reputatie van Gerbrandy.

  8. Marein Baas zegt:

    Overigens bestaat uw onderbouwing uit een (verder niet beargumenteerde) esthetische visie. Dat is onder andere wat ik bedoel wanneer ik zeg dat u onkundig omgaat met de kennis die u overduidelijk bezit.

  9. Piet Gerbrandy is niet gespecialiseerd in de poezie van Nobelprijswinnaars. Toch schrijft hij daarover, en wel in kwalificaties die ik onjuist vind. Hij noemt hun poezie fraai en mooi (dat mag -Foei-poezie niet zijn, in zijn poetica). Ik noemde Nobelprijslaureaten als Seifert, Sachs en Neruda die niet aan die esthetische kwalificaties voldoen, maar ethische, inhoudsvolle betrokken poezie schrijven. En dacht daarmee met tegenvoorbeelden de onkunde van deze Nederlandse recensent op dit terrein aangetoond te hebben. Maarrrr. Hij blijkt gepromoveerd op Ter Balkt en Hamelink. Dus buig ik deemoedig het hoofd. Wie ben ik wel dat ik kritiek lever op zo’n kenner! Van de Internationale Poezie! Van de Nobelprijswinnaars!

  10. Marein Baas zegt:

    Het was mij niet bekend dat de Nobelprijswinnaars een stroming vormen. Voor dat inzicht mijn dank. Voorts siert het u dat u, in tweede instantie, in staat blijkt een van onze meer vooraanstaande critici op waarde te schatten.

  11. Mevrouw Baas, Uw vermogen volslagen onbenullig om te gaan met een kleine hoeveelheid opgedane kennis dat u hier demonstreert is uniek!
    Piet Gerbrandy gooit in zijn recensie de Nobelprijswinnaars op een hoop, ik probeer de grootste gemene deler ‘fraai’ en ‘mooi’ juist met argumenten onderuit te halen.

  12. Marein Baas zegt:

    Meneer Baas, graag. Verder lijkt het me verstandig dat u stopt met spartelen. Mijn interesse is inmiddels weg.

  13. Xavier Roelens zegt:

    Marein mag me altijd tegenspreken, maar ik heb het gevoel dat hij op de vrouw speelt en de in mijn ogen legitieme tegenvoorbeelden gewoon negeert – het werk van Seifert ken ik niet. We zouden natuurlijk statistische berekeningen moeten kunnen uitvoeren en we kunnen van geen enkele dichter eenduidig zeggen dat hij enkel ethisch of esthetisch is – elk werk kan je met beide brillen lezen – maar ik denk evenmin dat de Nobelprijswinnaars van meer dan 100 jaar ver zo gemakkelijk onder één noemer te plaatsen zijn. Of als er dan toch een noemer gekozen moet worden, dan kies ik voor die van de vertaalbaarheid: gemakkelijker vertaalbaar werk zal meer kans maken op internationale aandacht, dus ook aandacht vanuit het Hoge Noorden.

    x

  14. Marein Baas zegt:

    Ik speel een beetje op de vrouw, Xavier, dat zal ik niet ontkennen. Mensen als Eggels, Droog en Benders spreek ik eerder en feller tegen dan mensen als Roelens, Baars en Cornets de Groot. Ik vind dat Gerbrandy in deze geen bijzonder sterk verhaal had, maar elke variant waarbij je doet alsof de Nobelprijswinnaars een stroming zijn is zwak, dus ook die van Eggels. Bovendien is estethisch versus ethisch geen noodzakelijke tegenstelling. Ik vind in dit geval dus Gerbrandy en Eggels beide niet sterk, maar Gerbrandy beticht Eggels niet van onkunde.

  15. Yono zegt:

    Hanneke Eggels heeft volkomen gelijk. Er zijn heel weinig recensenten in Nederland die er iets van snappen.