Gepubliceerd op: woensdag 17 maart 2010

“Een boek schrijven is honderd keer opnieuw beginnen” – gesprek met Jaume Cabré

Om het half jaar wisselt de Europese Unie van voorzitter. In de rubriek Richting EU presenteert Kluger Hans telkens de literatuur uit dat land. De eerste helft van 2010 hanteert Spanje de voorzittershamer.

– door David Troch en Lore Vandevoorde

Het jaar 1799 loopt ten einde en de voorname lieden van Barcelona maken zich op voor een spetterende eeuwwisseling. De president van het koninklijk gerechtshof, edelachtbare don Rafel Massi Pujades, constateert dat hij op het hoogtepunt van zijn carriere staat. Zijn leven neemt echter een onverwachte koers wanneer een Franse zangeres wordt vermoord en er bij de verdachte papieren gevonden worden die don Rafel kunnen compromitteren. Doorgaans nauwelijks geinteresseerd in zijn ambtelijke zaken, regelt don Rafel de onmiddellijke veroordeling van de verdachte. Terwijl don Rafel zich al veilig waant, duikt zijn verleden – waarvan hij meende dat het diep genoeg in de vergetelheid was gezonken – echter op andere plekken weer op.
Zo weet u meteen waarover Jaume Cabré het in zijn roman Edelachtbare heeft. Meer boeken van Spaanse auteurs telt de Literaire Lente dit jaar niet. Dat maakte het eenvoudig: Kluger Hans sprak met Jaume Cabré.

Edelachtbare is een historische roman, hoe kwam u op het idee om het verhaal te plaatsen op het einde van de achttiende eeuw?

Meer dan een historische roman, is Edelachtbare een actueel boek over juridische corruptie, lafheid en egoisme, een weerspiegeling van de samenleving die van alle tijden is, een thriller ook.
Waarom de achttiende eeuw? Om een lang verhaal kort te maken, laten we zeggen dat ik een hedendaags personage wou scheppen, een rechter, die we X zullen noemen. Op een dag betreed ik het kantoor van X en beschrijf het. Ik beschrijf ook een schilderij dat in het kantoor hangt en word op slag verliefd op het personage in het schilderij, dat we nu Y zullen noemen. Het was een verre voorouder van X uit de achttiende eeuw. En zo verplaatste ik alles wat ik tot dan toe al had geschreven en begon ik aan het verhaal van Y. Een boek schrijven is honderd keer opnieuw beginnen. Maar met Y was het liefde op het eerste gezicht. Ik schreef op intuitie: in een haal verplaatste ik het hele verhaal van het Barcelona van de twintigste eeuw naar de achttiende eeuw.
Ik heb dit boek zes jaar lang geschreven en geleefd.

Edelachtbare is na De stemmen van de Panamo de tweede roman die in Nederlandse vertaling verschijnt. Als er slechts 1 van uw eerdere romans nog een Nederlandse vertaling kreeg, welke zou dat dan moeten zijn en waarom?

Daar kan ik echt niet op antwoorden! Dat is net als vragen wie van mijn kinderen ik het liefste zie. L’ombra de l’eunuc en Fra Junoy o l’agonia dels sons zijn al in meerdere talen verschenen. Misschien zou de Nederlandstalige lezer die boeken ook wel kunnen smaken. Of anders nog Viatge d’hivern dat net in het Engels als Winter journey is verschenen.

Uw eerste roman Galceran, l’heroi de la guerra negra, speelt zich af in de negentiende eeuw en dus ook in het verleden af. U bent nochtans geen historicus. Waarom dan toch die voorliefde?

Dat weet ik niet… Eigenlijk wil ik het ook niet weten. Soms voel ik me beter bij een zekere chronologische afstand, een andere keer houd ik het verhaal liever dichtbij. Ik wil het niet weten omdat mijn werk gebaseerd is op indrukken, gevoelens en intuities. Het beredeneren komt pas veel later, eens die narratieve chaos al bestaat waarvan ik weet dat die zal uitgroeien tot een wereld met personages, een verhaal. Daarna moet ik gaan beslissen over de toon van mijn verhaal, dat ik zonet in die narratieve chaos ontwaard heb. Die stilistische keuze is het verrukkelijkste moment van het hele proces.

Edelachtbare telt driehonderdveertig pagina’s, De stemmen van Panama zo’n zeshonderd. Gebruikt u graag veel woorden om de lezer mee te nemen in uw verhaal?

Absoluut niet. Een dichter kan zijn lezer in veertien verzen meevoeren. Maar ik heb niet de kracht van een poeet. Elk verhaal heeft zijn eigen tijd en ruimte nodig om verteld te worden. Schrijven betekent ook de juiste tekstlengte vinden: niet meer, maar ook niet minder woorden dan nodig.

Naast romans schrijft u ook essays, theaterstukken, kinderboeken en scenario’s voor film en televisie. Dat is wel heel uiteenlopend. Kunt u vandaag aan een essay werken, morgen aan een kinderboek en overmorgen weer aan het essay? Of houdt u alles graag gescheiden?

Ik ben in de eerste plaats een romanschrijver. Jammer genoeg kan je met het schrijven van Catalaanse romans maar moeilijk rondkomen. Vandaar dat ik ook andere opdrachten aanneem. Dat is trouwens het lot van veel schrijvers met een ‘kleine’ moedertaal. Ikzelf kan nu gelukkig wel goed de kost verdienen met mijn romans.
Wanneer ik aan een essay werk, dan concentreer ik me enkel daarop. Wanneer ik een roman schrijf, dan is dat het enige wat ik doe. Ik ga volledig op in mijn werk, verlies me erin. Een grote liefde kan je nu eenmaal niet delen.

Ik las op het internet een artikel waarin u uitlegt waarom u met schrijven begon. Door te lezen, stelt u. Welke al dan niet Spaanse boeken hebben u voornamelijk tot schrijven aangezet?

Dat zijn er te veel om op te noemen. De nieuwe Europese roman van de negentiende eeuw, Mann, Joyce, Musil, Rodoreda, Faulkner, Moravia en zovelen meer. Ook de Griekse en Latijnse klassieken, de Catalaanse middeleeuwse literatuur, Dante, Petrarca, Chaucer en ik kan zo wel nog een tijdje doorgaan.

In Belgie wordt de schoolgaande jeugd vaak met een boekenlijst aangezet om te lezen. Ik vermoed dat het fenomeen u niet vreemd is. Herinnert u zich of er boeken in uw leeslijst waren die u maar niet gelezen kreeg? Of heeft u misschien nog boekbesprekingen voor klasgenoten geschreven?

Toen ik op de schoolbanken zat, was het Catalaans verboden: het mocht gelezen noch onderwezen worden. Franco pleegde een culturele genocide op alle niet-Castiliaanse culturen die Spanje rijk was. Ik ging door een hel. Moeilijk te begrijpen hoe ik dan toch schrijver ben geworden.
Lezen deden we niet en boekbesprekingen waren te gevaarlijk. Het zou ons maar eens aan het denken gezet hebben!

Tot slot welke hedendaagse Spaanse auteurs kunt u, naast uw eigen werk, ons nog warm aanbevelen en waarom?

Mijn lijst van lievelingsauteurs neemt telefoonboekachtige proporties aan, maar ik wil zeker Mercè Rodoreda vermelden. Ze is een van de belangrijkste Catalaanse auteurs van (het begin van) de twintigste eeuw. Toen de Spaanse burgeroorlog uitbrak vluchtte ze naar Parijs en later naar Geneve. Pas in de jaren zeventig zou ze terugkeren naar Catalonie. Haar bekendste romans zijn Colometa en Gebroken spiegel. Daarnaast schreef ze ook prachtige kortverhalen, waarvan alleen de bundel Het leek op zijde en andere verhalen in het Nederlands vertaald is.
Rodoreda heeft de kracht om erg menselijke personages neer te zetten. Ze heeft een energieke en heel precieze schrijfstijl. Haar verhalen gaan niet over grote helden maar over gewone mensen die in het Barcelona leven dat zij achter zich moest laten.


[Lore Vandevoorde (1984) is vertaalster Frans, Spaans en Portugees. Na omzwervingen langs Portugal en Turkije woont en werkt zij vandaag in Shanghai. Ze doceert er Nederlands aan de Universiteit voor Vreemde Talen.]

Over de auteur